Bezinning Man, Vrouw en Ambt
Studie naar bijbeluitleg, achtergronden en gevolgen van de synode-besluiten Meppel 2017
home nieuws start hier
werkgroepen
bronnen agenda over ons contact
donderdag 22 november 2018
Heeft revisie vragen wel zin?

Als initiatiefgroep zetten wij ons voor een kerkbrede bezinning en eerlijk gesprek. Daarbij willen we ook bevorderen dat bij de volgende synode (Goes 2020) van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) verzoeken tot revisie van de besluiten ‘Man/vrouw en ambt’ op tafel komen. Naar onze overtuiging zijn de gronden bij die besluiten wankel en ondeugdelijk. Ook de ‘voorstanders’ onderkennen dat. Op deze manier kunnen wij als Gereformeerde Kerken zo’n belangrijke wissel niet omzetten.

Is de weg van revisie wel een begaanbare weg? Langs twee lijnen wordt dat in twijfel getrokken.
De eerste is de kerkrechtelijke lijn. Voor revisie zouden nieuwe feiten of overwegingen aangevoerd moeten worden, die niet al eerder in de besluitvorming zijn meegenomen.
De tweede lijn betreft de vraag naar het effect: is het nog wel reëel, zo wordt gevraagd, om te denken dat een revisieverzoek tot verandering kan leiden van de eenmaal ingeslagen weg.

Kerkrechtelijk bezien

Het eerste wordt uitvoerig betoogd door mr. Emo Bos. Hij verwijst naar de artikelen F81 en F71 van de Kerkorde. Uit artikel F81 blijkt dat alleen kerkenraden, classes, of ‘rechtstreeks in hun eigen belang getroffen kerkleden’ een revisieverzoek kunnen indienen. Artikel F71.3 bepaalt: ‘Een afgehandelde zaak behoort niet opnieuw aan de orde te worden gesteld, tenzij er sprake is van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden of inzichten.’ Mr. Bos noemt nog een paar argumenten, onder andere het gegeven dat meerdere opeenvolgende synodes zijn met dit vraagstuk bezig geweest, zodat alle standpunten en argumenten al een keer aan bod zijn gekomen.
Dat laatst is wel juist, maar wat ons betreft niet ter zake. Pas in 2017 is er sprake van afgeronde en definitieve besluiten. Dat is het nieuwe van de situatie, zoals voor iedereen ook duidelijk is. Dit betekent dat nu ook pas de besluiten kunnen worden beoordeeld. Bovendien legt deze synode een geheel nieuwe en eigen onderbouwing onder de besluiten, die tegen het licht van Gods Woord gehouden moet worden.

Belangrijker is dat de verwijzing naar artikel F71.3 niet opgaat. Artikel F71.3 zegt in het kader van de besluitvorming door kerkelijke vergaderingen dat een eenmaal afgehandelde zaak niet zomaar opnieuw aan de orde moet worden gesteld, maar dat daar een aanleiding voor moet zijn. Dit gaat echter niet over de revisie van artikel F81, want dat zou betekenen dat je het hele revisierecht onmogelijk maakt. Bij een revisieverzoek kom je immers per definitie terug op de zaak die is besloten. Artikel F81 en ook de ‘Generale regeling voor revisieverzoeken’ brengen dan ook geen inhoudelijke beperkingen aan in het recht van revisie.

Als het gaat om revisie, komt artikel F72.4 in het vizier: “Als een kerkenraad van oordeel is dat een besluit van de generale synode in strijd is met het Woord van God of de kerkorde en hij om die reden dat besluit niet kan uitvoeren, is hij gehouden tot het instellen van revisie volgens art. F81, met kennisgeving aan de classis.” Hier gaat het recht over in een plicht, een opdracht.

Voorheen kenden we als kerken de ‘ratificatie’. Een besluit van een meerdere vergadering werd door door de kerkenraden na toetsing al dan niet aanvaard en uitgevoerd. Besluiten dienen immers te zijn gebaseerd op het geheel van Gods Woord en het recht in Christus’ kerk mag niet worden kromgebogen. Dat was het oude art. 31 van de kerkorde. De vrijgemaakte kerken hebben hun ontstaan eraan te danken. Het werd zelfs hun bijnaam: ‘artikel 31-ers’. In de Kerkorde van 2014 geldt nog altijd dat kerkenraden een eigen verantwoordelijkheid hebben in het aanvaarden van besluiten.

Gehoorzaamheid aan de Bijbel is immers de grondslag van ons kerkelijk samenleven. Daarmee staat of valt het. Daarom hebben we afgesprokene daar met elkaar goed op letten.
Voor deze toetsing aan het Woord van God gelden uit de aard van de zaak geen beperkingen, bijvoorbeeld dat er nieuwe overwegingen naar voren moeten worden gebracht. Geen enkele ‘Bijbelse onderbouwing’ van een kerkelijk besluit kan volledig zijn, maar het gaat wel om de vraag of het totaalbeeld ‘klopt’ en er recht gedaan aan het geheel van het onderwijs van de Geest. Dan is het voldoende aan te wijzen waarin de Bijbelse onderbouwing tekortschiet, onevenwichtig is of eenzijdig blijft.

Zo’n besluit kun je volgens artikel F72.4 dan niet zomaar naast je neerleggen. Als kerkenraad heb je de plicht om de bezwaren terug te leggen bij de volgende synode, in de vorm van een revisieverzoek. Omgekeerd mag dan van deze vergadering, waarin alle kerken vertegenwoordigd zijn, worden verwacht dat deze de bezwaren serieus zal overwegen. Zo nodig dient dan het genomen besluit te worden ingetrokken of aangepast.

Kortom: op basis van de Kerkorde is er niets mis mee om revisieverzoeken in te dienen tegen de besluiten rond ‘Man/vrouw en ambt’. Integendeel: dit is een wezenlijk onderdeel van het gezond samenleven van kerken, die zichzelf en elkaar aan het Woord van God willen houden.

Effect?

De tweede vraag is van andere aard: wat kunnen we verwachten van het indienen van revisieverzoeken? Zou dit nog kunnen leiden tot een andere uitkomst? Worden we niet door de praktijk ingehaald?

Op dit punt stuiten we op de wrange gevolgen van de directe openstelling van alle ambten door de synode van Meppel. Die heeft geen rekening willen houden met redelijkerwijs te verwachten revisieverzoeken en een heroverweging door een volgende synode. Daardoor heeft de synode de eensgezindheid van de kerken onder druk laten komen en de manoeuvreerruimte van bezwaarde kerken beperkt.

Toch moet dit ons er niet van weerhouden om de weg van revisie te gaan. Dat is de koninklijke weg die wij als Gereformeerde Kerken met elkaar hebben afgesproken. Zeker wanneer de Bijbelse onderbouwing in geding is, ligt er de opdracht om revisie in te stellen, overeenkomstig artikel F72.4 van de kerkorde.

Hoe de situatie vorm moet krijgen als de volgende synode de ingebrachte bezwaren toestemt, is niet zomaar te voorzien. Van andere kerkgemeenschappen is bekend dat na verloop van tijd toch het beleid inzake ‘vrouwen in het ambt’ weer is gewijzigd. Het kan dus wel!

Voor nu gaat het vooral om de principiële vraag: hoe doen wij in dit onderwerp recht aan het hele onderwijs van Gods Woord en aan zijn bedoeling? Hierin is de synode van Meppel ernstig tekortgeschoten. De synode heeft overduidelijk één lijn daaruit niet uitgewerkt en bezinning op de ambten nagelaten – in eigenmachtige afwijking van wat haar was opgedragen.

In goed kerkelijk vertrouwen zien wij daarom de volgende synode tegemoet, die zich over de in te brengen bedenkingen zal buigen. Het mag ons in de kerken over en weer iets waard zijn om recht te doen aan het geheel van Gods Woord en zo duidelijkheid te krijgen over dit aangelegen onderwerp. Dan kunnen we in hartelijke overtuiging en liefde elkaar vasthouden bij het levende en blijvende Woord van God.

Iedere synode heeft in gehoorzaamheid aan het Woord van God en in afhankelijkheid van de Geest van Christus haar werk te doen. Daarom bidden wij ook voor de volgende synode om de leiding en wijsheid van deze Geest. Hij doet ons buigen voor het Woord van onze Heer en laat ons delen in de vrede van Christus.

Voor verdere oriëntatie kunt u op deze site terecht bij:

« Sprekende zwijgteksten - In de ruimte van de bandbreedte »