Bezinning Man, Vrouw en Ambt
Studie naar bijbeluitleg, achtergronden en gevolgen van de synode-besluiten Meppel 2017
home nieuws start hier
werkgroepen
bronnen agenda over ons contact
Rufus Pos

Rufus Pos

vrijdag 19 januari 2018
Koppositie? - Brief Zes

(inleiding)

Lieve kinderen,

In de eerste brief die ik jullie schreef heb ik er even de vinger bij gelegd dat de synode de zogenaamde zwijgteksten niet behandeld heeft met als argument dat de meningen daarover verdeeld zijn. Het is wel heel opvallend dat juist in die niet behandelde teksten door Paulus een duidelijke lijn getrokken wordt naar de schepping. Paulus had er blijkbaar geen moeite mee om in de eerste hoofdstukken van de Bijbel een argument te lezen voor zijn, in onze moderne ogen, nogal tegendraadse stellingname. Nu weet ik niet of ik er aan toe kom om alle teksten te gaan behandelen waarin iets gezegd wordt over de verschillende rol en positie van mannen en vrouwen. Maar in ieder geval wil ik op dit moment wel iets kwijt over een tekst waar wij samen al eens eerder over hebben nagedacht. Nou ja, samen..? Misschien zaten jullie toen wel met je gedachten heel ergens anders. Ik doel namelijk op die mooie tekst uit de brief van Paulus aan de Efeziërs die ook uitgebreid geciteerd wordt in het huwelijksformulier: Efeze 5: 21-33. Deze tekst behoort niet tot die beruchte zwijgteksten, maar Paulus grijpt ook hier terug op de schepping. En dat doet hij juist als hij iets zegt over de verhouding tussen een man en een vrouw.

Ik mocht bij jullie alle vijf, samen met jullie toen nog a.s. vrouwen, de huwelijksdienst voorbereiden en daarin ook voorgaan. In dat kader hebben we toen van tevoren ook stilgestaan bij wat Paulus schrijft over de verhoudingen in het huwelijk. Nu weet ik dat er mensen zijn die deze ‘leeuw’ de tanden uittrekken door te stellen dat wat Paulus hier schrijft alleen maar voor binnen het huwelijk geldt. Maar zelfs al zou dat waar zijn, dan nog krijgen we in deze tekst een aantal belangrijke regels te horen die je alleen maar tot je eigen schade naast je neer kunt leggen. Laat ik gewoon maar herhalen wat ik toen, vlak voor jullie huwelijk, tegen jullie gezegd heb.

Hoofd zijn is je verantwoordelijk weten voor het welzijn van je vrouw.

Meestal nam ik mijn aanloop in het feit dat er nogal wat mensen zijn die moeite hebben met de uitspraak van Paulus dat de man het hoofd is van zijn vrouw. Ik legde uit dat wij voor een goed begrip eerst maar eens onze overgevoelige 21ste eeuwse bril moeten afzetten. Paulus beweert niet dat de man de baas is van zijn vrouw. De man is het hoofd van zijn vrouw. Daar hoor je iets in van verantwoordelijkheid. En als je nu wil weten wat dat precies inhoudt dan moet je letten op de vergelijking die Paulus maakt. De man is het hoofd van zijn vrouw zoals Christus het Hoofd is van zijn gemeente. Zoals de kerk het gezag van Christus erkent, zo moeten vrouwen in ieder opzicht het gezag van hun man erkennen.

Voordat (sommigen van) jullie konden gaan protesteren, daagde ik jullie uit om na te gaan hoe Christus dan precies het Hoofd was van zijn kerk. En dan blijkt dat zijn ‘hoofd-zijn’ en het gezag wat dat met zich meebrengt een zaak is die een heel speciale kleur krijgt. Christus was een echt Hoofd van zijn gemeente (zijn bruid!) door haar zo lief te hebben dat Hij zijn eigen leven opgaf om haar te redden. Hij heeft Zichzelf prijsgegeven om haar te redden en haar te heiligen. Christus heeft dus als Bruidegom/Hoofd letterlijk alles gedaan voor het leven en welzijn en het eeuwige geluk van zijn bruid. Zijn Hoofd-zijn had dus niet het doel om baas te zijn en eigen belang na te streven door zijn bruid daaraan op te offeren. Nee, heel het handelen van Christus was een (opofferende) daad van liefde om zijn bruid deelgenoot te maken van het echte leven.

Nu snap je wel dat een man dat zo in zijn huwelijk nooit kan kopiëren. Zelfs zijn liefde in de gelukkigste momenten van het huwelijk kan nooit zover gaan als de liefde die Christus toonde. Maar de opdracht ligt er wel. En het gaat niet om een apostolisch advies, maar om een goddelijk gebod! Mannen, heb je vrouw net zo lief als Christus zijn gemeente. Als mannen zijn jullie verantwoordelijk voor het welzijn van de vrouw die zich aan jullie heeft toevertrouwd. En je moet in die unieke relatie je taak zo serieus opvatten dat je desnoods uit liefde voor je vrouw je eigen leven offert.

Koppositie?

Deze lijn van denken, die m.i. helemaal gebaseerd is op wat Paulus zegt, zie je vaak onder woorden gebracht in de term “dienend gezag of liefdevolle leiding”. Dat lijkt me correct. Maar ik moet je eerlijk zeggen dat ik de omschrijving hiervan in verschillende rapporten en officiële uitspraken van de synode nogal een slap aftreksel vind. Er wordt dan gezegd dat de man de ‘koppositie’ heeft in het huwelijk. Ik denk dat er mensen zijn die de Bijbel niet kennen maar die het hier op een manier best wel mee eens zijn. Je kunt nu eenmaal geen twee kapiteins op één schip hebben. Dat is scheurkalender wijsheid. Bovendien: van een ‘koppositie’ hoor je bijvoorbeeld ook spreken bij de Tour de France en bij de Formule 1 races. En het is daar absoluut niet “onethisch” om iemand van zijn koppositie te beroven! Het woord “koppositie” is echt te vrijblijvend en elke normatieve betekenis ontbreekt in deze terminologie. Paulus roept de vrouw op het gezag van haar man te erkennen, omdat de man het hoofd is van zijn vrouw. Kan het duidelijker!?

Opdracht aan mannen en vrouwen

Ik hoop dat jullie als mannen wel doorhebben dat het Paulus met het gebruik van het woord “hoofd” iets anders bedoelt dan dat jij voorop loopt om je (fysiek zwakkere) vrouw een beetje uit de wind te houden. Mannen krijgen via de woorden die Paulus noteert een opdracht waarin ze niet vrij zijn deze naar eigen goeddunken uit te voeren. Vandaar ook dat Paulus er geen enkele moeite mee heeft om vrouwen op te roepen om het gezag van hun mannen te erkennen en dat uiteraard ook in hun doen en laten te illustreren. En wat is er nu moeilijk aan om iemand die van de Here leiding ontvangt en die deze volgens de goddelijke norm van de liefde uitvoert, om zo iemand te volgen? Welke vrouw zou zich niet op handen gedragen voelen als haar man niets anders dan haar geluk en welzijn op het oog heeft?

Bovenstaande is niet vrijblijvend. Het zijn wat Paulus betreft de inleidende woorden die ons uiteindelijk brengen bij de opdracht die gehuwden krijgen. Laat ik het maar eenvoudig zeggen: man en vrouw hebben de opdracht om in hun huwelijk al iets te laten zien van de wonderlijke en verrassende relatie die Christus wil aangaan met zijn bruid. Het gaat om het wonder van de liefde van Christus voor zijn bruid én om het wonder van het liefdesantwoord van de kerk. Dit dubbele wonder moet een illustratie krijgen in het door Christus’ inwoning gesaneerde huwelijk.

Volgens mij schuurt er iets heel erg als je beweert dat een dergelijke verhouding van gezag en onderworpenheid in feite niet meer is dan een soort noodverband wat (gelukkig) opgeheven zal worden bij het aanbreken van het Koninkrijk. Paulus wekt bepaald niet de indruk dat hij zich op glad ijs begeeft met zijn spreken over de man als hoofd en de vrouw als iemand die het gezag van haar hoofd erkent. Hij grijpt ook niet als een soort verontschuldiging terug op een moment uit de geschiedenis van ná de zondeval. Zo in de zin van: helaas, maar dit is nou eenmaal nodig dat ik het zo regel vanwege de zonde. Nee, hij verwijst naar de instelling van het eerste huwelijk in het paradijs. Hij brengt die bekende woorden in herinnering: “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten ….”

Mozes, die deze woorden eens neerschreef kan ze toch niet per ongeluk aan de verkeerde kant van de zondeval hebben neergezet? Hij hoorde dit verhaal immers van de Here zelf! En er is dan ook geen enkele reden om te concluderen dat Paulus zijn prachtige tekening van de verhoudingen in het huwelijk via een soort ‘noodgreep’ heeft proberen te funderen in de scheppingsorde. En dat hij dat in zijn tijd misschien nog wel kon maken omdat de mensen voor zulke argumenten toen nog gevoelig waren. En het is zeker ook niet zo dat Paulus in zijn eigen tijd nog niet ervaren had wat wij in de 21ste eeuw volgens sommigen wel kunnen ervaren, namelijk dat mannen en vrouwen ook zonder die (vroeger misschien noodzakelijke) gezagsrelatie toch heel goed kunnen functioneren. En dat we daarom die “overwinning op de zonde” als kerk toch zeker ook moeten vieren. Dit komt op mij echt over dat wij dan wijzer willen zijn dan God.

De volgende brief zal ik proberen de richting te volgen die Paulus m.i. aanwijst om te ontdekken dat gelijkwaardig nog niet hetzelfde is als gelijk. En hou alvast maar in gedachten dat het echte ‘pijnpunt’ ook langzamerhand zichtbaar gaat worden: voor sommigen kan een zaak als ‘gezag’ alleen maar bestaan bij de gratie van de zonde. Waar zonde dus ophoudt, houdt ook gezag op. Maar is dat wel zo? We zullen het zien.

Groeten, pa

« Spreken over 'scheppingsorde' is legitiem - Brief Vijf - Geen recht van de man, maar aanmoediging van de vrouw - Brief Zeven »