Bezinning Man, Vrouw en Ambt
Studie naar bijbeluitleg, achtergronden en gevolgen van de synode-besluiten Meppel 2017
home nieuws start hier
werkgroepen
bronnen agenda over ons contact
Pieter Boonstra

Pieter Boonstra

vrijdag 23 februari 2018
Oude of nieuwe hermeneutiek?

Er is grote verwarring in onze kerken. Zo nu en dan wordt dat ook onder woorden gebracht in een ingezonden in het ND. Openlijk wordt dan de vraag gesteld: wat is er nu toch aan hand? Verschillende mensen geven te kennen het niet te begrijpen. We zijn als kerken gigantisch aan het schuiven, maar het lijkt wel of niemand dat openlijk wil toegeven.

Als voorbeeld wordt dan gewezen op de synodebesluiten rondom M/V en ambt. Iedereen die zich een beetje serieus verdiept in de gronden onder de besluiten, zegt: Dit is toch een hele andere manier van Bijbellezen dan we tot nu toe gewend waren. Waarom geeft niemand dat toe? Maar ook in de discussie over de eenwording met de NGK is dezelfde verwarring te horen. De één zegt dat we als GKv veranderd zijn, dat is: opgeschoven naar de NGK. Terwijl de ander beweert dat wij helemaal niet veranderd zijn, maar dat dat geldt voor de NGK.

Verschuiving

Als gewoon gemeentelid sta je erbij en kijk je ernaar. Zoals iemand, bijna cynisch, onder woorden bracht in een kort ingezonden: “Voortaan moet je de Bijbel anders lezen. Je kunt niet blindvaren op eigen (onbetrouwbaar) inzicht; top​theologen zullen de ware inhoud verstaan. Hierbij kan het dat een bijbeltekst zó wordt uitgelegd dat het omge​keerde als waarheid eruit rolt.” (ND, 17 oktober 2017) Dat is het gevoelen wat leeft. Of zoals iemand anders onder woorden brengt: “Als bevindelijk gelovend kerklid zonder ambt voel ik mij steeds meer heen en weer geslingerd door de persoonlijk meningen van diverse voorgangers en opiniemakers.” Om vervolgens te concluderen: “De GKv moeten serieus onder ogen komen of ze met de nieuwe richting nog wel bestaansrecht hebben.” (ND, 2 november 2017) Op dit ingezonden kreeg ik een bericht toegestuurd dat mij verzekerde: Wat hier onder woorden wordt gebracht, zó voelen veel kerkmensen zich!

‘De Bijbel anders lezen.’ ‘Een nieuwe richting.’ Ondanks dat dit vaak met klem ontkend wordt, voelen kerkleden ergens aan dat hier het springende punt gezocht moet worden. Heel de verschuiving en de verandering binnen ons kerken kon weleens daarmee te maken hebben. Dat we de Bijbel anders lezen, dat er sprake is van een andere hermeneutiek. Maar het lastige is dat dit telkens ontkend wordt. Op de synode, bijvoorbeeld, is meerdere malen aangegeven dat er geen sprake van nieuwe hermeneutiek is geweest bij het M/V besluit; men heeft zich willen baseren op de Bijbel, zo werd ten stelligste beweerd. En ook in het onlangs verschenen boek Gereformeerde Hermeneutiek Vandaag wordt met zoveel woorden gezegd dat er geen sprake is van een fundamentele verandering. Integendeel, aangegeven wordt dat men niet meer doet dan voortbouwen op datgene wat door onze voorgangers vroeger al naar voren is gebracht.i Dus er is helemaal geen sprake van nieuwe hermeneutiek. Maar klopt dat?

Vandaar wil ik in deze Kroniek nog eens een keer aandacht geven aan hermeneutiek. En dan vooral de vraag wat het verschil is tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ hermeneutiek. En daarbij vragen als: waar zien we in de huidige redeneringen deze nieuwe hermeneutiek terug? En wat is daar erg aan?

Wat is hermeneutiek?

We beginnen met de vraag: wat is hermeneutiek? Wanneer we nadenken over deze vraag dan stuiten we meteen al op een probleem. Tegenwoordig wordt namelijk met de naam ‘hermeneutiek’ iets anders aangeduid dan wat eeuwenlang het geval was. Binnen de theologie gold de hermeneutiek oorspronkelijk als het vak dat de regels voor de goede bijbeluitleg probeerde vast te stellen. Hermeneutiek werd gezien als hulpmiddel voor de exegese. Op de achtergrond hiervan stond het geloofsuitgangspunt dat we met de Bijbel niet zomaar met een tekst te maken hebben, maar dat we van doen hebben met ‘heilige en goddelijke Schriften’ (NGB, artikel 3). En dat deze Schriften ‘de wil van God volkomen bevat’ (NGB, artikel 7). In dat opzicht kan gesproken worden over ‘de duidelijkheid van de Bijbel’. Dit betekent niet dat Bijbellezen daarmee altijd makkelijk is. Het vraagt studie. Of zoals Augustinus ergens zegt: ‘De mens die God vreest, zoekt in de Heilige Schrift nauwgezet naar Zijn wil.’ En juist bij dit zoeken is het belangrijk bepaalde regels in acht te nemen. Ze dienen als hulpmiddel om na te gaan of de uitleg die gegeven wordt wel juist is of dat er sprake is van inlegkunde of verdraaiing. Zo formuleerden onze voorouders, in de loop van de tijd, verschillende regels. Zoals:

  1. Ga uit van de eenheid van de Bijbel, God spreekt zichzelf niet tegen.
  2. Bekijk een tekst in het gedeelte waartoe hij behoort.
  3. Houd rekening met de verschillende genres in de Bijbel.
  4. Vergelijk Schrift met Schrift.
  5. Let op de heilsgeschiedenis, het verschil en overeenkomst tussen het Oude en Nieuwe Testament.
  6. Bekijk de duistere plaatsen in het licht van de duidelijke plaatsen in de Bijbel over hetzelfde onderwerp.
  7. Wanneer er onduidelijkheid blijft bestaan, laat dan staan wat er staat onder het motto ‘de zaak is nog niet duidelijk’.ii
Filosofie

Tegenwoordig wordt onder hermeneutiek echter heel iets anders verstaan. Kort gezegd is het zo, dat hermeneutiek tegenwoordig gezien wordt als een discipline die zich bezig houdt met de vraag wat interpreteren zelf eigenlijk is; wat houdt verstaan in? wat betekent begrijpen? Oftewel, de betekenis en invulling van het begrip hermeneutiek is verschoven. In de huidige opvatting gaat het niet om het opstellen van regels voor de uitleg, maar om wat genoemd wordt: het verstaansproces.

Daarmee is hermeneutiek een onderdeel van de filosofie geworden. En filosofie is het vak dat zoekt naar wijsheid over hoe werkelijkheid in elkaar zit en ze wil dan met name doordringen tot de kern. Op zich is daar niets mis mee. Dat geldt ook van het nadenken over wat verstaan nu eigenlijk precies is. Het is niet verkeerd, ook niet als gereformeerde christenen, om te zoeken naar wijsheid als het gaat om verstaan. Zoals wij aan filosofie kunnen doen, kunnen we ook bezig zijn met hermeneutiek, als onderdeel van de filosofie. Dit moet natuurlijk wel gebeuren vanuit een gezonde kritische houding (zoals bij alle wetenschappen). Filosofie is namelijk nooit neutraal. In veel filosofische denkbeelden wordt het bestaan van God tussen haakjes gezet of zelfs ontkend (‘God is dood’). Het is goed om je als christen te confronteren met deze denkbeelden, maar dat is iets anders dan ze over te nemen.

Tot zover is er dus sprake van hermeneutiek in twee betekenissen. Om ze te onderscheiden zou je kunnen spreken over de klassieke hermeneutiek (als het gaat om regels voor de uitleg) en de moderne hermeneutiek (als het gaat om bezinning op verstaansproces). Om het heel zwart-wit te zeggen: klassieke hermeneutiek had vooral te maken met theologie en het lezen van de Bijbel, moderne hermeneutiek staat in relatie met de filosofie en het verstaan van onze werkelijkheid.

Verwarrend

Het verwarrende is nu dat er op een gegeven moment ook gesproken werd over: nieuwe hermeneutiek. Deze term is ontstaan doordat theologen bepaalde inzichten uit de moderne hermeneutiek overnamen en een plaats gaven in hun manier van Bijbellezen. Je zou kunnen zeggen dat er weer een beweging terug gemaakt werd ván de moderne hermeneutiek (waar het gaat om verstaan) náár het lezen van de Bijbel. En dan gaat het niet om het opstellen van regels (want dat hoorde tot de ‘oude’ hermeneutiek), maar om het benaderen van de Bijbel, op een nieuwe manier. Voor deze nieuwe manier maakt de nieuwe hermeneutiek gebruik van een belangrijke aanname of gedachte uit de moderne hermeneutiek (is dus: filosofie). Deze aanname heeft men als uitgangspunt genomen voor het lezen van de Bijbel.iii

Om welke aanname uit de moderne hermeneutiek gaat het? Dat is de gedachte dat wij als mensen historisch bepaald zijn. De geschiedenis gaat aan ons vooraf en zo zijn we zelf onderdeel van de geschiedenis. Anders gezegd: als mensen zijn we kinderen van onze tijd met de (beperkte) blik die dat met zich mee brengt. Toegepast op de Bijbel betekent dit dat er sprake is van een kloof tussen de oude tekst en ons, veroorzaakt omdat wij in een andere tijd leven. De Bijbelschrijvers waren kinderen van hun tijd. Daarom moeten we hun teksten benaderen als tijdgebonden. In ieder geval hebben deze teksten niet ‘zomaar’ betekenis voor ons. Een tekst, die ontstaan is in een hele andere tijd dan de onze, zegt ons niets meer. Het is niet meer mogelijk dat de Bijbel ons rechtstreeks aanspreekt. In die zin gaat het om een ‘dode’ tekst.

Gods wil

Zo op het eerste gehoor klinkt het aannemelijk. Het sluit ook aan bij het gevoel dat wij soms hebben als we de Bijbel lezen. Een gevoel van vervreemding. Hoe de mensen toen leefden; wij leven nu toch heel anders? Wat kunnen we met al die verhalen uit het Oude Testament? Hoe beperkt dachten de mensen toen; wij weten nu toch vaak veel meer? Dus de aanname dat er sprake is van tijdgebondenheid klopt toch? Waarom kun je deze aanname niet als uitgangspunt nemen voor het lezen van de Bijbel?

Omdat we met de Bijbel niet te maken hebben met een gewoon boek. We belijden namelijk dat God ervoor gezorgd heeft dat mensen ‘zijn geopenbaarde Woord op schrift hebben gesteld’ (NGB, artikel 3, vgl. 2 Petrus 1: 20-21). De Bijbel dient zich aan als het Woord van God dat ons onderricht en opvoedt (NGB, artikel 5, vgl. 2 Tim. 3: 16). Daarmee ontkennen we niet dat de Bijbel sporen van een andere tijd in zich zou dragen. Die sporen zijn er weldegelijk. Maar daaruit trekken we niet de conclusie dat we met de Bijbel te maken hebben met een ‘oud boek’ of zelfs een ‘dode tekst’. Waarom trekken we die conclusie niet? Omdat we geloven dat onze God boven de tijd staat. Als je het uitgangspunt van de nieuwe hermeneutiek overneemt dan sluit je daarmee God als het ware op in het verleden. Maar dat wij, als mensen, historisch bepaald en beperkt zijn, wil nog niet zeggen dat God dat ook is! Daarmee zou je te klein van God denken. Zou onze God niet in staat zijn om mensen in dienst te nemen die zijn Woord op schrift stellen, ook met het oog op onze tijd en onze situatie? De apostel Paulus beantwoordt deze vraag bevestigend als hij aangeeft, dat ‘alles wat vroeger geschreven is, is geschreven om ons te onderwijzen’ (Rom. 15: 4). Onze God spreekt nog steeds en het komt erop aan dat wij Hem niet afwijzen (Hebr. 12: 25). Hij heeft ervoor gezorgd dat Bijbelschrijvers in datgene wat ze geschreven hebben ver boven hun tijd uitgrijpen met een boodschap ook voor ons (1 Petr. 1: 12). In de Bijbel maakt God ook ons zijn wil bekend. Dit betekent dat we uiterst zorgvuldig in de Bijbel zoeken naar Gods wil. Deze wil staat los van wat wíj denken en weten of in onze tijd gepast vinden.

Aanname als uitgangspunt

Het uitgangspunt van de nieuwe hermeneutiek kun je daarom niet zomaar toepassen op onze manier van Bijbellezen. Toch krijgt dit uitgangspunt de laatste jaren binnen onze kerken op een of andere manier steeds meer ingang. Al eerder wees ik op een opvallende en veelzeggende passage in de Notitie van Deputaten Kerkelijke Eenheid GKv en Commissie voor Contact en Samenspreking met andere kerken NGK.iv Op pag. 2 wordt gezegd: “De culturele kloof tussen onze laat-moderne, post-christelijke samenleving en de oude Israëlitische of vroeg-christelijke samenleving schept afstand tussen ons en het Woord van God. Deze kloof maakt dat rechtstreekse toepassing van concrete Bijbelse voorschriften in onze tijd lang niet altijd mogelijk is of grote vragen oplevert.”

Duidelijk is hier de aanname omschreven dat er sprake is van een kloof tussen de tijd van de Bijbel en onze tijd. Deze aanname wordt tot uitgangspunt genomen in de benadering van Gods Woord. En zo wordt geconcludeerd dat dáárom een rechtstreekse toepassing van Bijbelse voorschriften problematisch is. Helemaal in lijn met de nieuwe hermeneutiek.v

In het licht van ons gereformeerd belijden is het uitgangspunt van de nieuwe hermeneutiek voor het lezen van de Bijbel dus verkeerd. Maar dat geldt ook voor de consequenties die de nieuwe hermeneutiek op basis van dit uitgangspunt formuleert. Want hoewel ook die consequenties heel aannemelijk klinken, zijn ze voor ons niet zomaar over te nemen. Ik neem hier twee consequenties onder de loep.

  1. Om oude teksten toch in onze tijd tot klinken te brengen is het nodig, zo zegt de nieuwe hermeneutiek, om ze te ‘vertalen’ (in de zin van: overzetten) naar onze tijd en situatie. De voorschriften die in de Bijbel gegeven worden, over huwelijk en seksualiteit, over man en vrouw, etc. moeten worden ‘vertaald’ naar onze tijd. Vanwege allerlei achterhaalde opvattingen en tijdgebonden elementen kunnen ze niet zomaar een op een worden toegepast voor vandaag.
  2. Dit alles betekent, zo zegt de nieuwe hermeneutiek, dat er meer nodig is dan een tekst uit te leggen. Er is meer nodig dan na te gaan wat een woord of zin in de tekst betekent. Daarmee krijgt de tekst nog geen betekenis voor ons. Dat is pas het geval wanneer wij begrijpen of verstaan wat door middel van de tekst gezegd wordt. Wij begrijpen heel veel dingen niet meer of zien het anders. Daarom is het nodig om de tekst zo te ‘vertalen’ dat wij het wél begrijpen of dat het aansluit bij wat we nú weten.
IJkpunt

Dit alles betekent niet minder dan dat de mens en zijn tijd het ijkpunt wordt; wij en onze tijd bepalen uiteindelijk wat de tekst precies tot ons te zeggen heeft. In deze consequentie wordt te meer duidelijk hoe verkeerd het uitgangspunt van de nieuwe hermeneutiek is. Van Bruggen spreekt zelfs over een onjuiste en verziekte stelling wanneer je bij het lezen van de Bijbel uitgaat van het tijdgebonden zijn van teksten uit een vroegere tijd.vi Deze stelling betekent namelijk dat je niet alleen de Bijbel degradeert tot een boek uit het verleden, maar ook dat je je eigen tijd promoveert tot de belangrijkste factor in het bepalen van wat de Bijbel zegt. Bij het zoeken naar Gods wil in de Bijbel wordt je eigen tijd en cultuur een soort filter dat bepaalt wat wel en wat niet Gods wil kan zijn. Dat wil dus zeggen dat óns begrip een belangrijke factor wordt bij het lezen van de Bijbel. Als wij het niet begrijpen of verstaan dan blijft de tekst ‘dood’ en dus nietszeggend. Daarmee wordt de mens en zijn cultuur op de troon gezet en Gods Woord ‘monddood’ gemaakt.

In dat opzicht zullen bij ons de alarmbellen moeten rinkelen wanneer gezegd wordt:

  • dat wij meer weten dan Paulus’ (dit klopt in bepaalde opzichten; maar dat is geen reden om Paulus’ woorden om te draaien. Als hij zegt: ‘ik sta niet toe’, betekent het ook voor ons, die meer weten: het is niet toegestaan).
  • de Geest brengt verder en laat in onze tijd zien dat we tegen het voorschrift van Paulus in mogen gaan’ (hoe waar het ook is dat de Geest werkt in onze tijd; het betekent nooit dat Hij ons in strijd brengt met Gods op schrift gestelde Woord).
  • samen biddend hebben we het inzicht gekregen dat het Gods wil is dat…’ (hoe goed het ook is om samen te bidden; het stelt ons nooit op een lijn met de Bijbelschrijvers. Zij werden geïnspireerd door de Geest. Wij hebben de verlichting van de Geest nodig. Deze verlichting betekent nooit dat wij ‘meer verlicht’ zijn dan de Bijbelschrijvers).
Omkering

Zo bezien deed onze synode anno 2017 aan nieuwe hermeneutiek. Wellicht zonder het door te hebben. En ook tegen alle bezwering in dat dit absoluut niet het geval is geweest. Op basis van de vaststelling dat ‘de exegese van de voorschriften die Paulus geeft in de zwijgteksten te zeer omstreden is’ (dat wil zeggen: ze zijn niet duidelijk en voor ons niet zonder meer te begrijpen) is namelijk de conclusie getrokken dat wij er niet meer aan gebonden zijn. In het licht van de ‘oude’ hermeneutiek een merkwaardige move. Want volgens die hermeneutiek geldt de regel: wanneer iets niet duidelijk is, dat dan moet blijven staan wat er staat en dat de tekst zegt wat hij zegt. Maar in plaats daarvan is ter synode een tegenovergestelde regel toegepast: bij onduidelijkheden spreekt de tekst niet meer tot ons. Vanwaar deze omkering? Dat kan maar één ding betekenen: de oude hermeneutiek is overboord gegooid en de nieuwe is omarmd. Met als consequentie: als ik het niet begrijp dan is wat Paulus zegt niet doorslaggevend voor mij.

Zo komen we terug bij de vraag van het begin. Een vraag die in onze kerken door menigeen gesteld wordt: Wat is er nu toch aan de hand? Wanneer we letten op datgene wat hier over de nieuwe hermeneutiek naar voren is gebracht, kan ik niet anders dan tot de conclusie komen: onze kerken zijn besmet door het virus van de nieuwe hermeneutiek. En de situatie is zeer ernstig. Want dit virus woekert voort. Als je erdoor geïnfecteerd bent dan lijkt het erop dat je het vermogen aantast om nog kritisch te kunnen denken. Alles wat wordt aangedragen om te waarschuwen, wordt in de wind geslagen. Het wordt als ‘oud’ bestempeld en dus niet meer interessant. Het virus geeft je het idee dat je verder bent en dat dat goed is. Tegen alle kritiek in.

Ik hoop echter nog steeds dat het gesprek hierover gevoerd kan worden. In alle openheid en eerlijkheid. Als gewoon gemeentelid die zich heen en weer geslingerd voelt heb je daar recht op. Dan zal ook blijken of de virusinfectie nog te bestrijden is of niet.

Uit Nader Bekeken jrg. 24, nr. 12, december 2017


Noten

i Zie: Ad de Bruijne en Hans Burger (red.), Gereformeerde hermeneutiek vandaag. Theologische perspectieven. Barneveld 2017, p. 29. Van Bruggen zou slechts ‘de extremere relativistische variant van de nieuwe hermeneutiek’ hebben bestreden en weldegelijk ‘ruimte laten voor andere invullingen’. Dit is onjuist. Van Bruggen heeft niet slechts de extreme uitwassen van de nieuwe hermeneutiek bekritiseerd, maar juist ook de uitgangspunten van die hermeneutiek met klem afgewezen (Zie: Het lezen van de Bijbel. Een inleiding. Kampen 1981, p. 30vv.).

ii Deze beknopte opsomming vond ik bij: A. Troost, Vakfilosofie van de geloofswetenschap. Prolegomena van de theologie. Budel 2004, p. 133.

iii Ik baseer mij hierbij op de, nog steeds, gezaghebbende publicatie van: J. M. Robinson, Hermeneutic since Barth, in: James M. Robinson; John B. Cobb Jr. (ed.), New Frontiers in Theology. Discussions among Continental and American Theologians. Volume II. The New Hermeneutic. New York, Evanston and London 1964, 1-77.

iv Eerder verwees ik ernaar in ‘Zijn wij consequent in ons bijbellezen?’ Het gaat om: Overeenkomst over hermeneutische uitgangspunten. Te vinden op: www.kerkelijkeenheid.nl.

v Interessant hierbij is dat vervolgens wordt aangegeven: “In ons zoeken naar verstaan weten we ons hier dankbaar geleid door de Geest, die culturele kloven kan overbruggen en ons in de waarheid binnenleidt.” Wat gebeurt hier? Vanwege het uitgangspunt van de tijdgebondenheid van de Bijbelse voorschriften wordt gewezen op de Geest die ervoor kan zorgen dat de kloof tussen toen en nu kan worden overbrugd. Hier wordt duidelijk dat je verstrikt raakt in je eigen denken als je het uitgangspunt van de nieuwe hermeneutiek overneemt. Als je dan zo hoog opgeeft over het werk van de Geest, waarom zou de Geest dan niet bij machte geweest zijn om de kloof bij voorbaat te overbruggen? Namelijk door Bijbelschrijvers zó te inspireren dat zij woorden schreven ook met het oog op ónze tijd?

vi J. van Bruggen, Het lezen van de bijbel, p. 30.

« Hermeneutische overwegingen bij de toepassing van de ‘zwijgteksten’ - Gezag niet van tijdelijke aard - Brief Elf »